Langzaam open ik mijn linkeroog en zie ik alleen geel. Als ik mijn rechteroog ook open, blijkt dit de muur te zijn. De bankleuning duwt oncomfortabel in mijn linkerwang, maar gelukkig lig ik nog stabiel. Wakker worden half naast de bank is geen pretje, en al helemaal niet op deze hoge leuning.

Terwijl ik nog naar de muur staar – hoe komt deze toch zo dichtbij? – hoor ik iets op de bank. Geritsel, een pagina die omgeslagen wordt…Er zit iemand op de bank! Ik draai mijn hoofd en knipper. Daar zit mijn baasje.